Geplaatst op 27-7-2005 om 23:22
Ik denk dat de verklaring heel eenvoudig is. Eerst een ander voorbeeld:
een stuiterbal draait heel hard voorwaarts, en stuitert 1-maal op de grond. de stuiterbal verliest draaisnelheid, maar maakt een sprong voorwaarts. Iedereen die het een keer gezien heeft, ziet het voor zich. De verklaring hiervoor is dat de stuiterbal zich afzet tegen de ondergrond, en daardoor rotatiesnelheid omzet in voorwaartse snelheid.
Nu de tollende bal. Op het moment dat deze de grond raakt, zal de neerwaartse snelheid hem op de grond drukken. De wrijving die hierdoor ontstaat, maakt dat de bal tijdelijk stilstaat. Echter, de rotatiesnelheid, en daarmee de rotatieenergie, is niet verdwenen. Deze wordt opgeslagen in de vorm van torsie: de bal vervormt niet alleen door de neerwaartse snelheid, maar ook door de tolsnelheid. Dit is een veerkracht, de bal zal zolang als dat die 'stilstaat' in de vorm van steeds omkerende vervorming torsie vertonen. Het is voorstelbaar dat dit niet te zien is, omdat de torsiestijfheid van de bal groot is. Er gaat heel veel energie zitten in een beetje vervorming. Nu komt er een bijkomend effect van de zwaartekracht van de aarde. Die is (theoretiseer ik) precies zo dat de torsievervorming van de bal 1 maal de tolrichting volgt, en 1 maal de tegengestelde richting. Op aarde is de zwaartekracht precies zo dat de bal na 1 torsiecyclus weer wrijvingloos loskomt van de grond. Op dat moment draait de bal precies de andere kant op.
Stel nu dat die bal in een laag zwaartekrachtveld stuitert: de wrijving die optreedt tijdens de stuiter is zo klein, dat de rotatiesnelheid wel iets afneemt, maar niet veel. Hij blijft draaien. Of in een extreem zwaartekrachtveld: de bal komt niet meer wrijvingsloos los, en stopt dus met roteren. De energie zal ie langzaam kwijtraken, dat is dan te vergelijken met een uitdovende trilling in een stemvork.
Denk ik...